Bewondering vermomd als validisme

“Bro, ik vind het echt nice dat je hier ook sport. Daar heb ik echt bewondering voor!”

Net voordat ik wil starten op de loopband, tikt hij op mijn schouder.

“Ja, bijna klaar voor de zomer. En bewondering is niet nodig hoor. Sporten met een beperking lukt prima. Beweging is altijd goed, en voor mij misschien wel meer, omdat ik veel zit,” zeg ik.

“Haha, klopt zeker! Volgens mij gaat het al de goede kant op. En je hebt helemaal gelijk. Je bent spastisch, toch?”

Het gesprek dat volgde ging over mijn beperking, onze training en onze doelen.

Alledaagse dingen, bijzonder gemaakt

Sporten, werken of boodschappen doen: voor mij zijn het gewoon dagelijkse dingen. Vaak worden ze door anderen als bijzonder gezien. Vroeger vond ik dat een beetje vreemd. Het voelt alsof iemand zegt: “Wat knap dat je je schoenen aan de juiste voet hebt gedaan,” terwijl dat voor jou vanzelfsprekend is.

Inmiddels zie ik het anders. Niet als onwil, maar als ongemak. Want wie afwijkt van de norm valt niet alleen op, maar houdt anderen ook een spiegel voor. En dat schuurt. Soms leidt dat tot onhandige opmerkingen zoals deze, bewondering voor iets doodgewoons. Dat heeft een naam: inspiration porn, een term die disability-activist Stella Young muntte in haar TED-talk. Het is een validistische reflex: iemand met een beperking niet zien als gewoon mens die toevallig sport, maar als bewijs dat “het toch kan”, puur omdat diegene een beperking heeft. Soms leidt dat tot dit soort onhandige opmerkingen of vragen. En juist daar zit ruimte om te groeien.

Mensen met een beperking moeten onderdeel worden van de norm

Zo’n situatie heeft voor mij twee kanten. Enerzijds is deze opmerking validistisch, een vorm van inspiration porn, en daar moeten we van wegbewegen, want zolang mensen met een beperking en wat zij doen als bijzonder worden gezien, zullen zij nooit volledig onderdeel worden van de maatschappij. Ik zou liever hebben dat iemand mij aanspreekt omdat ik zo gespierd ben, er goed uitzie, of simpelweg omdat we elkaar al een paar keer zijn tegengekomen, zoals je dat bij ieder ander ook zou doen. Anderzijds snap ik dat het voor anderen “spannend” kan zijn, of dat ze niet goed weten wat ze moeten zeggen of hoe ze moeten reageren, juist omdat mensen met een beperking weinig zichtbaar zijn in de samenleving.

We moeten de vicieuze cirkel doorbreken en de norm verbreden, en mensen met een beperking horen daar nog niet vanzelfsprekend bij. Dat lukt alleen als we met elkaar in gesprek gaan, en door ons bewust te zijn van wat we zeggen en onze vooroordelen. Dat zal soms ongemakkelijk zijn. Omarm het ongemak. Want dat is de enige manier om samen te groeien en de norm te verbreden.