Is een vraag die ik me stel als de taxi die ik net heb besteld doorrijdt bij het zien van mijn rolstoel, of de chauffeur doodleuk zegt dat hij “geen gehandicapten rijdt.” Maar ook als een organisatie mensen met een beperking wil aannemen, maar niet met mij in gesprek wil omdat ik niet in het doelgroepenregister sta.
Soms ben ik té gehandicapt, soms niet gehandicapt genoeg
Voor de taxichauffeur ben ik te gehandicapt, voor de organisatie ben ik niet gehandicapt genoeg. Het zou ironisch zijn als het niet zo pijnlijk was. Ik blokkeerde vaak in zo’n situatie. Voelde me ongemakkelijk. Ongemak omdat ik geen gevatte reactie had. Ongemak omdat ik niet wist wat ik aan moest met mijn beperking. Mijn hoofd draaide overuren om een oplossing te vinden en het ongemak zo snel mogelijk te neutraliseren. Het maakte me moedeloos. Want wanneer ben ik precies gehandicapt genoeg?
Ik ben niet verantwoordelijk voor het ongemak
Dit veranderde toen ik me realiseerde: ik zit nooit alleen in een situatie. Er is altijd een ander. En dat betekent dat ik ook nooit volledig verantwoordelijk kan zijn voor het ongemak en de situatie.
Maar ik heb wel invloed. Daar zit mijn kracht. Door de ander te vragen naar zijn beweegreden, en uit te nodigen dingen vanuit mijn perspectief te zien. Aangeven wat ik nodig heb. Voor mezelf opkomen. Een grens trekken. Laten weten dat iets niet oké is. En, als dat nodig is, de ander te confronteren. De ander zit in de positie om de situatie echt te veranderen. Mijn rol is om hem daarbij te helpen. Dat kan ongemakkelijk zijn. En daar zit vaak de meeste groei.
De situatie veranderen is niet altijd aan jou. Jouw reactie wel.
