Wat je ziet is niet wie ik ben

Mijn rolstoel bepaalt in veel gevallen hoe mensen mij benaderen. Het is vaak het eerste dat mensen zien. Een groot, in het oog springend hulpmiddel. Het zet de toon voor het gesprek dat we hebben: welke gedachten de ander heeft, welke vragen iemand stelt, en met welke verwachting de ander het gesprek in gaat.

Platgeslagen tot mijn rolstoel

Ik vond dat altijd teleurstellend. Het voelde alsof mijn identiteit platgeslagen werd tot alleen mijn rolstoel, alsof ik mijn beperking ben. Alsof mijn identiteit maar uit één dimensie kon bestaan. Pijnlijk. Het deed me twijfelen aan wie ik ben. Want als je omgeving continu zegt wie je bent, is er dan nog ruimte om te zijn wie ik wil zijn?

Wie wil ík zijn?

De verandering kwam toen ik mezelf afvroeg: wie wil ík zijn? Wat zijn mijn waarden? Welk beeld wil ik uitstralen? De Chinese cultuur die ik van huis uit heb meegekregen speelt daarin een grote rol. Wie ik ben. Welke normen en waarden ik heb. En wie ik wil worden. Antwoord op die vragen gaf me rust. En rust geeft ruimte.

Iemand echt zien werkt twee kanten op

Ik ga over mijn eigen antwoorden. Over hoe ik mezelf voorstel, wat ik deel en welk verhaal ik vertel. Maar iemand echt zien gaat ook de andere kant op. Het betekent verder kijken dan wat voor je staat. Niet invullen, maar vragen en nieuwsgierig zijn naar de ander.