“Je bent zo inspirerend. Echt knap dat je hier werkt.”
Wat je waarschijnlijk bedoelt: Ik heb bewondering voor je. Ik weet dat onze omgeving niet optimaal is ingericht en dat het je meer moeite kost om onbeperkt mee te doen.
Wat je eigenlijk zegt: Goh, bijzonder dat jij gewoon een baan hebt. Ik dacht dat mensen met een beperking niet konden werken. Je reduceert iemands professionele prestaties tot zijn beperking, en maakt van gewoon werk iets heroïsch.
Wat je beter kunt vragen: Hoe ervaar je het om hier te werken? Zijn er dingen die ik kan doen om obstakels weg te halen?
“Ik help je wel even” (neemt taak over)
Wat je waarschijnlijk probeert: Ik zie dat dit veel moeite kost. Laat me je helpen zodat je ook nog andere zaken kunt doen.
Wat je eigenlijk zegt: Je bent niet competent. Laat mij het maar doen. Als je taken overneemt zonder te overleggen, ontneem je iemand de kans om zelfstandig te zijn en zich te ontwikkelen.
Wat je beter kunt doen: Vraag of iemand hulp nodig heeft en hoe je kunt helpen. Bijvoorbeeld door de taak aan te passen, maar het leermoment in stand te houden.
“Je hoeft niet mee met het teamuitje, dat is vast te vermoeiend voor je.”
Wat je waarschijnlijk bedoelt: Ik wil rekening houden met je beperking en je niet overbelasten.
Wat je eigenlijk zegt: Ik besluit voor jou wat je wel of niet kunt. En eerlijk gezegd heb ik geen zin om naar alternatieven te zoeken waardoor je wél kunt meedoen.
Wat je beter kunt vragen: Ik ben ons teamuitje aan het plannen en jij hoort daar natuurlijk bij. Ik dacht aan [activiteit] op [locatie]. Is dat toegankelijk voor jou? Waar kan ik rekening mee houden?
Intentie versus impact
Ik twijfel niet aan je intentie. Maar dat wil niet zeggen dat de ander dat ook zo ervaart. Juist in die ongemakkelijke momenten schuilt de kans om te leren. Echte inclusie begint niet bij perfect gedrag, maar bij de bereidheid om te luisteren en elkaar te begrijpen.
