TL;DR
- Validisme is een systeem van overtuigingen, processen en praktijken dat het gezonde, productieve lichaam als norm stelt, waardoor mensen met een beperking gediscrimineerd, uitgesloten of als minderwaardig behandeld worden.
- De manier waarop de maatschappij kijkt naar mensen met een beperking komt voort uit drie modellen: het medische model, dat ervan uitgaat dat de beperking in de persoon zit en hersteld moet worden, het morele model, dat beperking ziet als zonde, straf of gave en daardoor stigmatiserend kan werken, en het sociale model, dat ervan uitgaat dat de beperking in de omgeving zit, die inclusiever en toegankelijker moet worden.
- Die modellen bepalen hoe validisme zich uit op vier niveaus: cultureel (het beeld dat de maatschappij heeft van mensen met een beperking, bijvoorbeeld stereotypische denkbeelden of als inspiratiebron), institutioneel (uitsluitende regels en beleid zodat mensen met een beperking niet kunnen participeren), interactioneel (de manier waarop mensen met een beperking worden behandeld, bijvoorbeeld door taalgebruik en aannames), en geïnternaliseerd (het overnemen van dat negatieve beeld door mensen met een beperking).
- We moeten de norm verbreden en anders kijken naar beperking. Niet als iets dat afwijkt van de norm, maar als menselijke variatie. Dat doen we door het beeld dat er is van mensen met een beperking te veranderen, de samenleving toegankelijker en inclusiever te maken, maar ook medische vooruitgang te blijven boeken.
“Wat goed dat je zelf je boodschappen doet.”, “Ik vind het zo inspirerend dat jij hier ook werkt!”, “Mijn partner is ook weleens moe, je zou eens een ander dieet moeten proberen.”. Misschien heb je een van deze zinnen weleens gezegd tegen iemand met een beperking, of heb je dit weleens gehoord. Vaak goedbedoeld, maar er schuilt ook een verborgen boodschap in die niet iedereen hoort, en die terug te voeren is op validisme.
Wat is validisme?
Validisme is een systeem van overtuigingen, processen en praktijken dat het gezonde, productieve lichaam als norm stelt, waardoor mensen met een beperking gediscrimineerd, uitgesloten of als minderwaardig behandeld worden. De onuitgesproken norm staat hierin centraal: het perfecte, onbeperkte lichaam en de onbeperkte geest. Alles wat daarvan afwijkt, wordt gezien als minderwaardig, iets dat gerepareerd, verborgen of gecompenseerd moet worden.
Modellen die bepalen hoe we naar beperking kijken
Validisme gaat dus over het uitsluiten van mensen met een beperking omdat zij niet in de norm passen. Dat heeft alles te maken met hoe de samenleving naar mensen met een beperking kijkt. Er zijn daarin drie modellen belangrijk.
Het medisch model
Het medisch model ziet beperking als een individueel, medisch probleem. De oplossing wordt gezocht in de genezing van het individu, zodat deze zo “normaal” mogelijk kan functioneren. Door medische behandelingen kunnen inderdaad pijn of een oncomfortabel gevoel worden gereduceerd, waardoor iemand bijvoorbeeld meer energie heeft op een dag voor de dingen die hij of zij wil doen. Echter wordt daarmee de volledige verantwoordelijkheid bij de persoon en zijn beperking gelegd, en worden omgevingsfactoren niet meegenomen. Het hebben van een beperking wordt als een afwijking gezien, niet als natuurlijke diversiteit van mensen.
Het moreel model
Het moreel model ziet het hebben van een beperking als straf, zonde of test, maar in sommige gevallen ook als gave. Dit model hangt nauw samen met religieuze invloeden en werkt twee kanten op: enerzijds kan er schaamte zijn voor het hebben van een beperking, waardoor men deze wil verstoppen. Deze schaamte kan zitten bij de persoon met de beperking zelf, maar ook bij zijn naasten, bijvoorbeeld familie. Anderzijds kunnen mensen ook kracht halen uit hun beperking: men ziet het als een gift of boodschap van een hogere macht.
Het sociaal model
Het sociaal model gaat ervan uit dat de beperking niet in de persoon zit, maar in de omgeving. Daarbij staat de vraag centraal hoe de omgeving toegankelijk en inclusief kan worden gemaakt, zodat meer mensen kunnen meedoen en er ruimte wordt gegeven aan de diversiteit tussen mensen. Het kijkt daarmee vanuit een ander perspectief dan het medisch model.
Deze modellen beïnvloeden hoe we naar beperking kijken. Vaak wordt gezegd dat de samenleving de transitie moet maken van medisch naar sociaal model. Daar zit wat in: zolang het hebben van een beperking als individueel probleem gezien wordt en de omgeving niet verandert, zullen stigma’s rondom beperking blijven bestaan. Echter is het ook zo dat het hebben van een beperking soms ongemakken met zich meebrengt die moeilijk op te lossen zijn door enkel maatschappelijke barrières aan te pakken. We moeten dus niet van medisch naar sociaal model, maar naar een wereld waarin beide modellen naast elkaar kunnen bestaan.
De invloed van het medisch, moreel en sociaal model op hoe we naar beperking kijken
Deze modellen, en de manier waarop zij beïnvloeden hoe we naar mensen met een beperking kijken en hen behandelen, uiten zich in vier verschillende vormen van validisme.
Cultureel validisme
Cultureel validisme gaat over de stereotyperingen en vooroordelen die er heersen over mensen met een beperking. Deze worden gevoed door de representatie die we (niet) zien, bijvoorbeeld in de media. Zo zijn er op televisie weinig mensen met een beperking te zien. En als ze al aanschuiven, gaat het vaak over hun beperking, niet over hun professie of expertise. In films vertolken mensen met een beperking vaak stereotypische rollen: iemand die pijn heeft en als grootste doel heeft “beter te worden,” of een schurk die op een bepaalde manier lichamelijke misvormingen heeft. Cultureel validisme vertaalt zich ook naar het dagelijks leven, bijvoorbeeld als mensen met een beperking complimenten krijgen voor het doen van alledaagse dingen, zoals boodschappen doen, sporten of naar hun werk gaan.
In beide gevallen ontstaat een stereotypisch beeld van mensen met een beperking. Als we mensen in een context zien waarin we hen niet verwachten, worden zij al snel bijzonder of inspirerend gevonden. Dit wordt ook wel inspiration porn genoemd: het fenomeen waarbij iemand met een beperking wordt bewonderd, simpelweg omdat hij of zij meedoet in de maatschappij. Dit soort bewondering zegt vaak meer over het ongemak van de ander dan over de persoon in kwestie.
Institutioneel validisme
Institutioneel validisme is het structureel uitsluiten van mensen met een beperking door regels en beleid. Dit vindt zijn oorsprong in de Verenigde Staten, waar tussen 1867 en 1918 de Ugly Law van kracht was. Deze wet verbood mensen met een zichtbare beperking zich in het openbaar te vertonen. Vandaag de dag vertaalt institutioneel validisme zich in beleid, zoals het ontbreken van wetgeving om toegankelijk te bouwen, of de trage uitvoer van het VN-verdrag Handicap. Systeemverandering is een belangrijke stap in het creëren van een inclusievere en toegankelijkere omgeving. Het biedt kansengelijkheid en creëert een samenleving waarin meer mensen mee kunnen doen.
Interactioneel validisme
Interactioneel validisme speelt zich af in het directe contact tussen mensen en uit zich bijvoorbeeld in het infantiliseren van mensen met een beperking: op een kinderlijke toon praten, een aai over de bol geven, of ervan uitgaan dat iemand een begeleider heeft en alleen tegen hem of haar praten. Maar ook het ontkennen van iemands beperking, iemands beperking bagatelliseren (“iedereen is een beetje beperkt”), of iemand goedbedoelde tips geven waardoor iemand zich beter kan voelen (“misschien moet je dit dieet proberen”). Mensen met een beperking hebben vaak zelf een goed idee wat werkt en wat niet. Daarnaast willen mensen niet altijd een oplossing of een “”fix””: soms is het prettig dat iemand gewoon luistert en de situatie niet meteen op zichzelf betrekt.
Het woord “beperking” (of handicap) voelt voor velen geladen en negatief en brengt daardoor ongemak met zich mee. Daardoor worden er vaak eufemismen gebruikt, zoals “beperking als superkracht“, “arbeidsbijzonderheid” of “mensen met een rugzakje.” Op het eerste gezicht lijken dit soort termen positief: ze kijken vanuit een ander perspectief naar beperking en benadrukken vooral de positieve kanten. En daar zit precies het probleem. Het hebben van, en het woord, beperking zijn op zichzelf niet negatief, het beeld dat de samenleving daarvan heeft is dat vaak wel. Het hebben van een beperking betekent simpelweg dat iemands lichaam of brein anders functioneert dan de norm, en benadrukt daarmee dat er verschillende soorten mensen bestaan.
Geïnternaliseerd validisme
Cultureel, institutioneel en interactioneel validisme komen samen in geïnternaliseerd validisme: doordat mensen met een beperking continu te maken hebben met verschillende vormen van validisme, kunnen zij het negatieve beeld dat de samenleving over hen heeft (onbewust) gaan geloven en internaliseren. Dat tast iemands eigenwaarde en zelfbeeld aan, en beïnvloedt hoe diegene naar zichzelf kijkt en handelt. Zo kan iemand bijvoorbeeld vermijden om hulp te vragen, uit angst om als lastig te worden gezien, eigen ervaringen bagatelliseren, of de eigen prestaties continu afzetten tegen de prestaties van mensen zonder beperking.
Van bewustwording naar actie
Als we willen dat meer mensen kunnen meedoen, is het (h)erkennen van validisme een essentieel startpunt. Vanuit bewustwording ontstaat ruimte voor het gesprek. Maar bewustwording alleen verandert niets. De verandering zit in de actie die daarop volgt: een aanpassing die je doorvoert, een aanname die je bijstelt, een drempel die je wegneemt. Dat zal soms ongemakkelijk zijn. Maar het is de enige manier waarop we samen kunnen groeien.
