Niet iedereen is gelijk. Wel gelijkwaardig.

Niet iedereen is gelijk. Wel gelijkwaardig.

Toen ik deze zin voor het eerst hoorde viel het kwartje. Tot op dat moment was ik altijd met de stroom meegegaan. Ik wist goed hoe ik mijn omgeving kon analyseren en me moest aanpassen op de werkvloer: wat ik moest zeggen, welke woorden ik moest gebruiken, welke toon ik moest aanslaan, hoe ik me moest kleden. Alles om zo goed mogelijk te passen binnen de bestaande cultuur. Ik liep via de gebaande paden om op te gaan in de massa. Want alleen zo kon ik groeien. Dacht ik.

Aanpassen als kracht
En dat is op zichzelf niet slecht. Je kunnen aanpassen aan je omgeving is een vaardigheid. Het laat zien dat je goed kunt observeren, de geschreven en ongeschreven regels kunt doorgronden en je communicatiestijl effectief kunt aanpassen. Het getuigt van culturele intelligentie. Dat is jouw voorsprong.

Aanpassen als valkuil
Maar precies daar zit ook het gevaar. Want als je je continu aanpast, ga je geloven dat dat de enige manier is om mee te mogen doen. Om jezelf te kunnen ontwikkelen. En dat kost energie (dit wordt ook wel code-switching genoemd). Het voelt alsof je meerdere keren per dag van outfit moet wisselen. Je bent er handig in geworden. Maar dat betekent niet dat het minder vermoeiend is.

Aanpassen als vaardigheid
Die vaardigheid om je aan te passen is waardevol. En hij wordt nog krachtiger als je die inzet om ruimte voor jezelf te maken. Het gebaande pad te verbreden. Daar help ik je graag bij. Zodat jij niet gelijk hoeft te zijn om gelijkwaardig mee te doen.